SR

Waarom de Centrale Studentenraad de UvA oproept om uit de VSNU te stappen

Studentenraad

Iets voor jou?

Waarom de Centrale Studentenraad de UvA oproept om uit de VSNU te stappen

Afgelopen week is bekend geworden dat Pieter Duisenberg voorzitter van de Vereniging Samenwerking Nederlandse Universiteiten (VSNU) is geworden. De Centrale Studentenraad (CSR) heeft, gelijktijdig met dit bericht een persbericht verstuurd waarin zorgen worden geuit over de benoeming van Duisenberg en de raad de Universiteit van Amsterdam (UvA) oproept om uit de VSNU te stappen indien hij niet opstapt als voorzitter.

 

De VSNU is de koepelorganisatie van Nederlandse universiteiten die hun gezamenlijke belang behartigt in Den Haag. De afgelopen jaren heeft de VSNU steeds gepleit voor meer autonomie voor universiteiten, onafhankelijke wetenschap en een bekostigingsmodel zonder landelijke indicatoren op basis waarvan wordt bepaald hoeveel geld een instelling krijgt. Pieter Duisenberg is de afgelopen vijf jaar kamerlid voor de VVD geweest en in deze hoedanigheid woordvoerder hoger onderwijs in de Tweede Kamer. Zijn standpunten stonden vaak in schril contrast met die van de VSNU. Zo lijkt Duisenberg autonomie en onafhankelijkheid van universiteiten niet belangrijk te vinden, maar streeft hij er juist naar om de invloed van Den Haag op de universiteiten te vergroten, om nog maar te zwijgen over de invloed van het bedrijfsleven.

 

In de onderwijsvisie van Duisenberg moeten universiteiten in toenemende mate worden bekostigd aan de hand van in Den Haag bepaalde indicatoren. Bovendien wil Duisenberg mensen uit het bedrijfsleven in onderwijscommissies laten plaatsnemen en het zelfs mogelijk maken om te promoveren bij bedrijven. Als klap op de vuurpijl wilde Duisenberg afgelopen januari een onderzoek instellen naar de politieke kleur van academici[1]. Dit kan niet anders worden gezien dan als een regelrechte aanval op academische vrijheid en de onafhankelijkheid van Nederlandse universiteiten.

 

Zoals in het persbericht is te lezen gaan veel van de uitlatingen van Duisenberg ook lijnrecht in tegen het directe belang van de UvA. Duisenberg wil bijvoorbeeld het geld dat vrij is gekomen door invoering van het sociaal leenstelsel vooral aan technische universiteiten besteden. Daarnaast kwalificeerde hij vorig jaar juni gerenommeerde opleidingen aan de UvA als ‘pretstudies’ waarvoor hij de bekostiging wilde afschaffen[2]. In de enkel op economisch rendement gerichte visie van Duizenberg is duidelijk geen ruimte voor een brede universiteit als de UvA.

 

Daarbij staan Duisenbergs ideeën over onderwerpen als internationalisering, selectie, en diversiteit ook diametraal tegenover standpunten van de CSR. Op het gebied van internationalisering ziet Duisenberg het hoger onderwijs vooral als exportproduct dat is bedoeld om te concurreren op de internationale markt.[3] De CSR erkent dat internationalisering een waardevolle toevoeging kan zijn voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, maar internationalisering mag niet als doel op zich gezien worden. Vooral het publieke karakter van het hoger onderwijs moet gewaarborgd worden. Organisatorische en financiële argumenten om te internationaliseren, zoals studentenaantallen en concurrentiepositie, kunnen meewegen in de keuzes die universiteiten maken, maar moeten ten alle tijden ondergeschikt zijn aan de inhoud. Internationalisering moet zich niet richten op het aantrekken van uitsluitend top-talent, het Nederlandse onderwijs moet juist breed toegankelijk blijven zodat de emancipatoire functie gewaarborgd blijft.

 

Ook op het gebied van selectie verschillen de CSR en Duisenberg van mening. Waar Duisenberg en de VVD de afgelopen jaren hebben gepleit voor meer selectie in het hele vervolgonderwijs[4] is de CSR van mening dat onderwijs een belangrijke emancipatoire rol speelt in de Nederlandse samenleving en dat het van groot belang is dat hoger onderwijs toegankelijk moet blijven voor iedereen die daar de capaciteiten voor heeft. Uit een groot aantal onderzoeken blijkt dat selectiemethodes een homogene groep studenten selecteren. De CSR heeft zich afgelopen jaar dan ook steeds kritisch opgesteld tegen bijvoorbeeld de invoering van selectieve masters.

 

Tot slot heeft de CSR het afgelopen jaar steeds gepleit voor het belang van aandacht voor diverisiteitsbeleid. De heer Duisenberg is blind voor de problematiek die de homogene omgeving aan de Universiteit van Amsterdam vormt voor bijvoorbeeld eerste generatie studenten, studenten met een niet-westerse achtergrond of studenten met een functiebeperking. De CSR heeft herhaaldelijk benadrukt dat het belangrijk is dat de UvA het een prioriteit moet maken dat ook deze studenten zich thuis voelen aan de UvA.

 

De CSR is van mening dat op eerder besproken punten als diversiteit, internationalisering en selectie Duisenberg’s opvattingen strijdig zijn met de belangen van onafhankelijke Nederlandse universiteiten. Zijn eenzijdige visie strookt op geen manier met de belangen, strategische doelen en functie van de Universiteit van Amsterdam. De CSR is dan ook overtuigd dat hij niet in staat zal zijn om de UvA te vertegenwoordigen op landelijk niveau. De verschillen tussen de standpunten van de VSNU onder leiding van Duisenberg en de koers die de UvA in heeft gezet liggen zover uit elkaar, dat het de CSR wijzer lijkt dat de UvA zich terugtrekt uit de VSNU en voortaan zelf haar belangen behartigt in Den Haag.

[1] http://www.folia.nl/actueel/107372/vvd-wil-onderzoek-naar-politieke-kleur-universitaire-medewerkers

[2] https://pieterduisenberg.vvd.nl/nieuws/15143/weg-met-de-pretstudies

[3] http://scienceguide.nl/201701/nederland-moet-een-magneet-voor-talent-zijn.aspx

[4] https://www.volkskrant.nl/politiek/politiek-vreest-tweedeling-in-het-onderwijs~a4173174/