Studentenraad

Verslag brainstormsessie over diversiteit

Introductie

Op 21 februari 2018 organiseerde de Facultaire Studentenraad Rechtsgeleerdheid in samenwerking met Marjoleine Zieck (bestuur van de rechtenfaculteit en diversity officer van de rechtenfaculteit) een brainstormsessie over diversiteit op onze faculteit. Tijdens deze sessie zijn wij in gesprek gegaan met studenten over alles wat met diversiteit te maken heeft. De volgende onderwerpen zijn ter sprake gekomen: veiligheid op de faculteit (in hoeverre voel je je thuis op de faculteit), studenten/docenten met een niet-westerse achtergrond op de faculteit, vertrouwenspersonen, differentiatie in het onderwijs (het verdelen in onderwijsgroepen (ALF, honours, regulier) etc. Wij hebben alle meningen en opmerkingen van de studenten op een rijtje gezet, zoals is terug te lezen in dit verslag. Als je vragen hebt over de (uitkomst van de) brainstormsessie of over iets anders dan kun je altijd contact met ons opnemen via fsr-fdr@uva.nl.

Verslag van de Nederlandstalige brainstormsessie:

Sfeer en diversiteit op de rechtenfaculteit

Het eerste onderwerp dat aan bod komt is of studenten zich thuis voelen op de rechtenfaculteit. Het gaat dan over het verschil tussen de VU en de UvA. Een student stelt dat veel mensen naar de VU gaan omdat het minder bekakt is. Marjoleine Zieck vraagt zich af waar dat vandaan komt. Een student antwoordt dat het met demografie te maken heeft. Ook hoort hij wel eens mensen die naar de UvA gaan omdat ze lid willen worden van studentenverenigingen.
Een andere student stelt dat de UvA best divers is in vergelijking met andere steden, zoals Leiden. Hij stelt ook dat de sfeer in het nieuwe gebouw, REC A, minder gezellig is dan vroeger op de Oudemanhuispoort. Mensen komen naar de universiteit om een werkgroep of college te volgen, en gaan vervolgens weer naar huis. Ze blijven niet hangen. Op de Oudemanhuispoort was dit anders. Een student stelt ook dat het op de Oudemanhuispoort makkelijker was om bij docenten naar binnen te lopen (toegankelijker), en dat dat nu helemaal niet meer aantrekkelijk is omdat de docenten hoog in de toren zitten (op de 7e verdieping bijvoorbeeld). De aankleding van de faculteit speelt hier een grote rol bij. Het grijze en grauwe gebouw is niet uitnodigend. De studenten zijn blij dat hier binnenkort verandering in komt met het plan om tafels en banken te plaatsen op de eerste verdiepingen.

Stilteruimte

Een student vertelt dat ze een gesprek heeft gehad over de verschillen tussen de UvA en de VU met vrienden die aan de VU studeren. Volgens haar is er daar meer sfeer/voelen mensen zich meer thuis. Een voorbeeld is dat de VU een stilteruimte heeft waar mensen hun moment kunnen pakken. Of het nou voor gebed is of voor iets anders. Het voelt persoonlijker en toegankelijker. Je kan een deel van je persoonlijkheid uitoefenen als een universiteit een stilteruimte aanbiedt.

Marjoleine Zieck vertelt dat er een stilteruimte was in de Oudemanhuispoort. De studenten stellen dat deze stilteruimte geheel onbekend was en zeer moeilijk te vinden. Ook wordt duidelijk dat deze stilteruimte zich ergens in een kelder bevond, en dat het kwalitatief geen goede plek was om even tot rust te komen.

Een andere student stelt dat hij het eens is met het maken van een stilteruimte, maar zich afvraagt in hoeverre er gebruik van zal worden gemaakt. Hij vindt belangrijk dat het niet alleen religieus gebracht wordt, maar ook voor andere dingen openstaat. Hij is van mening dat de stilteruimte goed gepromoot moet worden onder studenten en medewerkers.

Een andere student voegt nog toe dat ze mensen heeft zien bidden in de toiletten, en onder de trap. REC A is een nieuw gebouw met veel ruimte, er is vast wel plaats voor een stilteruimte. De studenten zijn het eens dat er een stilteruimte moet komen, iedereen moet zich thuis kunnen voelen op de faculteit/universiteit.

Diversiteit onder medewerkers/docenten

Een student stelt dat het docententeam niet divers genoeg is. Hij vraagt zich af hoe dit komt. Marjoleine Zieck is het ermee eens. Ze vertelt dat er bij de sollicitaties alleen wordt gekeken naar inhoud.
Een student vraagt zich af of diversiteit in werknemers het doel op zich moet zijn. Het is controversieel, maar kan wel helpen.

Marjoleine Zieck stelt dat het niet wenselijk is als er in de vacature staat dat er expliciet wordt gezocht naar vrouwen of docenten met een niet-westerse achtergrond voor een bepaalde functie. Het is misschien beter om in een mission statement van de faculteit te zetten dat de faculteit streeft naar diversiteit en naar deze mission statement te verwijzen in de vacature. Een paar studenten geven aan zich hierin te kunnen vinden.

Een student vraagt zich af of de kwaliteit behouden blijft als men selecteert op geslacht/achtergrond etc. Marjoleine Zieck antwoordt dat het uiteindelijk toch om kwaliteit gaat.

Een student wil graag cijfers zien van mensen die solliciteren op functies binnen de faculteit; hoe veel procent zijn mensen met een andere achtergrond. Het blijkt dat deze cijfers niet worden bijgehouden binnen de faculteit. Men vraagt zich af of dit niet juist zou moeten om in kaart te brengen hoe divers de medewerkers van de faculteit zijn.

Een andere student denkt dat er een verband bestaat tussen een diverse studentenpopulatie en diverse staf, en vice versa. Als studenten weten dat er ook docenten met een niet-westerse achtergrond rondlopen op de UvA/faculteit, dan zijn zij eerder geneigd om ook voor de desbetreffende faculteit te kiezen. Ook stelt de student dat het belangrijk is om te recruiten op scholen buiten de randstad en Amsterdam.

Een andere student vraagt zich af waarom je je zich niet thuis zou voelen op de faculteit als je een andere achtergrond hebt. Een student reageert hierop en legt haar punt uit. Ze stelt dat het moeilijk kan zijn als je (bijvoorbeeld op religieus gebied) in de minderheid bent op je studie. Een voorbeeld is dat je tijdens een werkgroep van het vak fundamentele rechten aan de studenten om je heen moet uitleggen dat er nog meer perspectieven zijn op fundamentele rechten (bijv. Islam) dan alleen het westerse perspectief.

Rolmodelen en ethnische diversiteit

De studentenraad stelt de vraag in hoeverre rolmodellen (waarmee jij jezelf identificeert) belangrijk zijn voor studenten. Het antwoord is dat deze wel zeker van groot belang zijn. Je zou ze namelijk als een soort mentor kunnen zien. Mensen die hier komen solliciteren willen zich ook thuis voelen op de werkvloer.

Marjoleine Zieck vraagt aan de studenten of zij het behulpzaam vinden om in de masterfase meer carriere evenementen te organiseren voor mensen met een niet-westerse achtergrond. Om op die manier de drempels te verlagen. Ze vraagt zich af of studenten met een niet- westerse achtergrond deze drempels ervaren.

Een student stelt dat voor haar een persoon als rolmodel kan worden aangemerkt als hij of zij een goed verhaal heeft; het ‘uiterlijk’ (geslacht, afkomst etc) speelt weinig tot geen rol. Een andere student stelt juist dat dit wel degelijk uitmaakt. In haar optiek wordt zij meer gemotiveerd door een vrouw die een bepaalde functie bekleedt dan een man die dezelfde functie bekleedt. Het geeft haar het gevoel dat zij dit ook kan. Een student stelt dat in haar bachelor alle hoorcolleges door mannelijke docenten werden gegeven, en alle werkgroepen door vrouwelijke docenten. Rolmodellen zijn belangrijk om die reden. Men moet laten zien dat vrouwen ook voor een collegezaal kunnen staan, en laten zien dat het kan. Een andere student geeft aan zich hierin te kunnen vinden; jonge vrouwen die werken en tegelijkertijd kinderen hebben zijn inspirerend, en kunnen als rolmodel worden gezien.

Een student stelt dat hij al 7 jaar aan de rechtenfaculteit studeert en in al die tijd nooit les heeft gehad van docent met een andere (niet-westerse) achtergrond. Een student reageert dat deze docenten er wel zijn, maar dat het er zo weinig zijn dat je ze op een hand kan tellen. Een student stelt dat mensen met een niet-westerse achtergrond nou eenmaal in de minderheid zijn in Nederland. Hij denkt dat het moeilijk is om representatief te zijn van de samenleving als universiteit.
Een andere student wil nog graag toevoegen dat docenten/studenten die uit het buitenland komen/een migratieachtergond hebben vaak een taalachterstand hebben, en dat dat voor een drempel kan zorgen om zich in te schrijven voor een opleiding aan de universiteit. Ze stelt voor dat een speciale cursus voor deze groep studenten erg wenselijk zou zijn. Marjoleine Zieck legt uit dat er momenteel wordt gewerkt aan een taaltoets. De studenten reageren dat een toets ook afschrikkend kan werken, en dat het aanbieden van een cursus de toegankelijkheid vergroot. De aanwezigen zijn het ermee eens dat bijscholing erbij hoort en dat goed geadverteerd dient te worden.

Differentiatie binnen de opleiding en kwaliteit van het onderwijs

De studentenraad stelt de vraag of studenten moeite hebben met differentiatie binnen de opleiding. Hiermee wordt bedoeld het onderscheid dat wordt gemaakt tussen studenten die betrokken zijn bij de Amsterdam Law Firm (ALF), het Honoursprogramma en de ‘overige’ studenten die het reguliere bachelorprogramma volgen.

Een student stelt dat ze zich best minderwaardig heeft gevoeld als niet-honours student. Er bestaat echt een scheiding tussen honours en niet-honours studenten. Een voorbeeld is het vechten over dezelfde exchange plekken. Ook docenten reageren anders op de reguliere werkgroepen in vergelijking met de honours werkgroepen. Er worden door docenten wel eens opmerkingen gemaakt tegen een reguliere werkgroep nadat ze net een honours werkgroep hebben lesgegeven; dat die laatste zo’n fijne werkgroep was. Een andere student voegt daaraan toe dat ze het oneerlijk vindt dat de honoursstudenten de ‘goede docenten’ krijgen; meestal de docenten die ook de hoorcolleges geven. Ook is het algemeen bekend dat honourswerkgroepen kleiner en intensiever zijn. Er is dan meer kans om een discussie te starten over de stof. In reguliere werkgroepen zit men tegenwoordig (op de Oudemanhuispoort was dit anders) met 30 studenten in een werkgroepzaal. Als je achterin het lokaal zit krijg je nauwelijks iets mee van de werkgroep, wat natuurlijk echt niet kan. Weer een andere student stelt dat het erg vervelend is om in werkgroepen te zitten waarbij driekwart van de studenten onvoorbereid is. Ze wil liever uitgedaagd worden met honours/hoger scorende studenten dan dat ze de enige student is die voorbereid is. Meer menging zou beter zijn. Ook vinden alle studenten het jammer dat reguliere studenten niet mee kunnen doen met honoursvakken (zoals Retorica) en honourswerkgroepen. Het honoursprogramma is veel te exclusief. Een student stelt dat elke jurist goed moet kunnen spreken en schrijven, en dat zij het zeer zonde vindt dat hier in de reguliere werkgroepen bijna niets aan wordt gedaan.

De volgende vraag komt ter tafel: is het wenselijk om een scheiding te maken tussen studenten die wel goed voorbereid zijn en studenten die dat niet zijn? Een student antwoordt het volgende: het zogenoemde ‘werkgroep vervangende onderwijs’ is niet wenselijk. De antwoorden op de opgaven worden namelijk slechts voorgelezen. De faculteit lijkt soms vast te zitten in de vorige eeuw. Het is zonde om studenten naar de werkgroep te laten komen als de antwoorden toch maar gewoon worden voorgelezen. Er zou juist debat moeten plaatsvinden. Daar zou meer ruimte voor moeten zijn.
Een student stelt dat het belangrijk is om andere extracurriculaire activiteiten ook aandacht te geven. Marjoleine Zieck antwoordt dat excellentie ook op een andere manier kan.

Functiebeperking en oplossingen

Een ander onderwerp waar de studenten aandacht voor willen vragen is functiebeperking. Het gaat ten eerste over het opnemen van colleges bij PPLE. De colleges worden wel opgenomen maar pas een week voor het tentamen online gezet. Bij de majors worden de colleges helemaal niet opgenomen. Dit werkt in het nadeel van studenten met een functiebeperking. Een student stelt dat mensen die het echt nodig hebben, het gewoon zouden moeten kunnen terugkijken.

Een andere student stelt dat de regels rondom het aangeven van je functiebeperking ivm tentamens maken ook niet goed werken. Je moet namelijk elke keer opnieuw aangeven dat je een functiebeperking hebt. Ze stelt dat dit veel moeite kost voor de student, en de consequentie als je het een keer vergeet te ernstig is: dan kan je namelijk geen tentamen meer doen. De student zou graag zien dat mensen met een functiebeperking gewoon automatisch staan aangemeld als ‘student met functiebeperking’, in plaats van het handmatig aangeven bij elk tentamen. Mevrouw Zieck stelt dat het wel eens is voorgekomen dat studenten niet komen opdagen als het wel geregeld is.
Een andere student legt uit dat studenten niet weten waar ze heen moeten met hun functiebeperking/waar ze het moeten aangeven en vinden het daarnaast moeilijk dat ze aan de Student Desk persoonlijke dingen moeten uitleggen, zoals welke functiebeperkingen ze precies hebben (dyslexie, depressie etc). Dat maakt de Student Desk niet toegankelijk. Marjoleine Zieck uit haar zorgen hierover. Wel vertelt ze dat de regels omtrent dit soort situaties in de OER (Onderwijs- en Examenreglement) staan (waar je terecht kan als student, etc).
Toch vinden de studenten dat er te weinig bekendheid is van waar je heen kan als student. Er zou beter op geattendeerd moeten worden, en eerder bekend moeten worden gemaakt. Zo oppert een student dat de Intreeweek en de mentoren heel belangrijk kunnen zijn als het gaat om informatievoorziening.
Een student legt ook uit dat tijd tussen het doorgeven van een functiebeperking en de uiteindelijke voorziening voor de beperking soms enorm kan zijn. Ze spreekt uit ervaring. Het heeft een halfjaar geduurd voor ze haar voorziening toegewezen kreeg. Andere studenten uiten hun zorgen over dit voorbeeld en haken hierop in. Er zou een duidelijke handleiding moeten zijn met wat je moet doen als je een functiebeperking hebt (en als die er al is, dan zou het beter gepromoot moeten worden). Studenten moeten vanaf het begin ergens terecht kunnen. De studenten hebben soms het gevoel dat de UvA het wel weet als mensen een functiebeperking hebben, maar er gewoon niet snel genoeg op reageren.

Vertrouwenspersonen

De studentenraad stelt de vraag of de studenten het gevoel hebben dat ze naar iemand binnen de UvA toe kunnen gaan als ze ergens mee zitten?
De studenten antwoorden dat ze soms wel naar de mentor/tutor gaan. Een paar studenten in de zaal stellen dat ze nog nooit van een ‘vertrouwenspersoon’. PPLE studenten stellen dat de mentoren er meer voor de studenten zouden kunnen zijn (naast de verplichte gesprekken). Marjoleine Zieck vindt de vertrouwenspersonen belangrijk, en vertelt dat studenten ook buiten de rechtenfaculteit naar een vertrouwenspersoon kunnen gaan (bijvoorbeeld als rechtenstudent naar de Faculteit Economie/Maatschappij en Gedrag). Ze vertelt ook dat studenten daar helaas nog geen gebruik van maken, maar dat de optie er dus wel is. Verder komt nog ter tafel dat het wenselijk is dat de studieadviseur en de vertrouwenspersoon gescheiden zijn.

ENGLISH:

Minutes of the brainstorm session in English:
*During this brainstormsession there were only PPLE students present, so what was discussed in this session only applies to the Bachelor PPLE.

Diversity: inclusiveness

One of the topics that the PPLE students brought up is that PPLE is quite like a PPLE’rs bubble. Students wish to push PPLE towards making it more inclusive/connected to the rest of the UvA/the rest of the Law Faculty. Another thing is to inform students who don’t speak Dutch about it (through mentors maybe).

Internationalisation

The Student Council asks if there are problems with integration among international students? How do the international students deal with bubbles of Dutch students and bubbles of international students? The students present state that they do not interact with Dutch students within PPLE.
Marjoleine Zieck tells that there are islands of Dutch and international students in the law masters programmes as well. She really wants to see that change. Some solutions could be putting the different students together in teams to play games, buddy programs, put them together in teams/game. Bonding time is necessary. A buddy system for one year could work. The ISN also has a buddy system, and it works pretty well.
Tutors within PPLE (and also within the law masters programmes) could keep it in mind, and put people together with different nationalities. So you have to work together with Dutch students as an international, and the other way around. A PPLE student mentions that people choose their own people (with the same nationality) when they are free to make groups themselves.

Curriculum

To what extent is the PPLE curriculum diverse? A student states that it’s mostly Europe- based, but that he expected to study that as well. Some students would like to see more Asian/African philosophy/post kolonial/feminist theories/modern/critical theories. To what extent would adding suggestive readings be a solution?

Marjoleine Zieck adds that it’s a complex situation. The solution would be to look per course if there’s room to add another perspective. Look for other authors. Lecturers/teachers could be stimulated to implement other thoughts in the curriculum/courses.
On the other hand: you can’t force students to take certain courses. Another students states that it’s important that students are being stimulated in thinking about it at least.

Role models

Role models are important. Students say that it’s possible to at least be sensitive to diversity; not only putting ‘Henk’ and other dutch names in the cases students have to solve (Law curriculum). Students who are enrolled in the Politics major tell that many texts they read are written by feminists.

Role models are mainly role models through the work they do and the quality of it.

Safety at campus

Overall the students feel safe at the Roeterseiland Campus. But there are still public buildings (like the library) where laptops (for example) get stolen. Always be aware of that.
Another topic that falls under safety it sexual assault and sexual assault awareness. The importance of trust persons (for both Dutch and international students) is mentioned. If something like this happens, what would you do/who would you go to? Especially a relevant question for international students, who aren’t familiar with the UvA.

Students think that associations for international students within the university could help, just so you know the students know that something’s there. There are some associations for international students (like ISN).
Another topic is the relationship with mentors. Students have different experiences with mentors. Some students are used to going to their mentors every once in a while, but for other students their mentors aren’t accessible enough, according to the students. The PPLE students mention as well that they don’t like to see employees within PPLE holding both high positions within the programme, and being mentors at the same time.

The Law (bachelor Rechtsgeleerdheid) students mention that they would like to see a mentor throughout the entire 3-year bachelor. They would like to have one person they always feel safe with/a person they can always talk to.
Another issue PPLE students bring forward is that they don’t experience enough guidance on masters. For example which masters they can get into with their degree.

Last but not least, PPLE students, as well as law students don’t find the combination of study advisors and trust persons desirable.

Socio-economic diversity/Scholarships

The last topic on the table is scholarships for lower income students. The students think this is important.