Studentenraad

SV/OC-dag groot succes

De SV/OC-dag, een middag waarop besturen van studieverenigingen, opleidingscommissies en de facultaire studentenraad van de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen bijeenkomen, was een groot succes.

IMG_7139

Tijdens deze informele en productieve middag is er over verschillende onderwerpen gediscussieerd, uiteenlopend van vakevaluatie en blended learning tot studentenparticipatie en contact onderhouden met je achterban. Na een gezellige lunch zijn we in een aantal rondes met elkaar in gesprek gegaan en hebben we ideeën uitgewisseld, zoals altijd met het gezamenlijke doel de kwaliteit van het onderwijs te blijven verbeteren.

“Het geheel is groter dan de som der delen.”

Met deze wijze woorden van voorzitter Lidewij Koene ging de middag van start. Een waarheid als een koe, immers: De synergie van studieverenigingen, opleidingscommissies en de raad maakt dat er betere oplossingen en creatievere inzichten komen ten aanzien van onderwijs. Het doel van deze dag was dan ook niet slechts het opdoen van nieuwe inzichten, maar ook het stimuleren van onderling contact tussen organen die soms onnodig ver van elkaar af lijken te staan. De geïnteresseerde lezer vindt hieronder beknopt de uitkomsten van de gevoerde discussies.

Contact achterban
Tijdens deze gespreksronde, geleid door Melvin Biester, zijn er verschillende recommend practices uitgewisseld om het contact met de achterban van de respectievelijke organen te bevorderen. Met de gedachte dat een groter bereik een groter mandaat en meer input oplevert zijn de afgevaardigden aan de slag gegaan met vooroordelen, fysieke versus digitale communicatie, en de vraag of het wel de taak is van de verschillende medezeggenschapsorganen om te communiceren naar studenten als de UvA zelf op dit gebied steken laat vallen. De belangrijkste uitkomsten waren:

  • Fysiek contact werkt voor de geïnteresseerde student altijd beter dan digitaal aangeboden informatie.
    De medezeggenschap heeft vaak het probleem dat ze verder van de studenten af staan dan nodig. Ook bij de studieverenigingen leeft dit, zij het in mindere mate. Fysiek contact en het tastbaar maken van wat vaak bestaat uit lange vergaderingen en een hoop papierwerk maken dat studenten meer vertrouwen hebben in de medezeggenschapsorganen.
  • Onderling contact tussen organen is belangrijk om dezelfde doelen na te kunnen streven. Het bevorderen van contact tussen een studievereniging, de bijbehorende opleidingscommissie van een opleiding en de facultaire raad is dan ook aanbevelenswaardig. Ook het contact tussen de verschillende besturen en studenten zou verbeterd moeten worden, bijvoorbeeld tijdens borrels van de studieverenigingen.
  • Jaarlijks door studieverenigingen beheerde Facebook-groepen zijn een van de beste manieren om veel studenten te bereiken.
  • Betrokken studenten creëer je ondermeer door het in het eerste jaar al invoeren van panelgroepen, bijvoorbeeld onder leiding van de onderwijscoordinator van een opleiding.

Beroepsoriëntatie
Na je academische studie is het lang niet altijd duidelijk in welke werkvelden je allemaal terecht kan komen en welke vaardigheden je daarvoor zou moeten ontwikkelen. Is het eigenlijk wel de taak van een universiteit om beroepsoriëntatie aan te bieden? En zo ja, in welke vorm? Martin leidde de discussie, waarin met kwam tot de volgende punten:

  • Er bestaat een behoefte onder studenten aan betere informatie omtrent beroepsoriëntatie.
  • De student heeft echter – uiteraard – de eindverantwoordelijkheid om zich te oriënteren. Beroepsoriëntatie zou dus wel moeten worden aangeboden, maar niet verplicht moeten worden gesteld.
  • Er zou idealiter per domein een medewerker moeten worden aangesteld om te voorzienen in informatie met betrekking tot beroepsoriëntatie.

Vakevaluatie
Per vak wordt er vanuit de UvA geëvalueerd hoe de docenten gepresteerd hebben, hoe relevant de literatuur was en of de werkdruk van het vak in orde was. Wat wordt er met deze evaluaties gedaan? Wordt hiermee het vak verbeterd of wordt de informatie terzijde gelegd? Annelies zocht het samen met de leden van studieverenigingsbesturen en opleidingscommissies uit.

  • Er zou gebruikt gemaakt moeten worden van focusgroepen. Dit gebeurt ook en wordt gezien als een positieve ontwikkeling.
  • Tussentijds evalueren is wenselijk, bijvoorbeeld tijdens een werkgroep, maar zou niet verplicht moeten worden gesteld.
  • De terugkoppeling naar studenten zou verbeterd moeten worden. Deze zou per mail (niet via BlackBoard) plaats moeten vinden en alleen gaan over het daadwerkelijk gevolgde vak.
  • Evaluaties zouden niet direct na een tentamen moeten worden afgenomen. Er zou na een frustrerend tentamen een negatiever beeld geschetst kunnen worden dan nodig, en de tijd gaat of van je tentamen af of het evalueren kost extra tijd en zou kunnen worden afgeraffeld.

Blended learning
Kevin ging aan de slag met een van zijn hippe stokpaardjes: blended learning, oftewel het verweven van digitale middelen in het reguliere onderwijs. Colleges kunnen online bekeken worden, boeken worden e-book’s en MOOC’s (Massive Open Online Course, een digitale collegereeks) kunnen worden gevold. Sommige studenten en docenten zijn sceptisch over de ontwikkelingen, anderen kijken kritisch naar de mogelijkheden om het onderwijs effectiever en kwalitatiever vorm te geven met digitale middelen.

  • Er heerst scepticisme over de achterliggende redenen omtrent de inzet van digitale middelen. Ze zouden kunnen worden ingezet om de kosten te drukken in plaats van de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De consensus lijkt dat het in theorie een goede aanvulling zou kunnen zijn op het reguliere onderwijs, mits juist aangepakt.
  • Professionalisering van docenten, bijvoorbeeld door middel van BKO/SKO, is noodzakelijk om de implementatie van digitale middelen succesvol te laten zijn.
  • Webcolleges mogen niet ten koste gaan van de contacturen, noch zouden ze bovenop de EC’s moeten komen.
  • De bekendheid met blended learning onder zowel studenten als docenten zou moeten worden aangepakt.
  • Er moet goed gekeken worden naar privacy problematiek die blended learning met zich mee zou kunnen brengen.

Studentenparticipatie
‘Studentenparticipatie is al jaren een kwestie’, aldus Guinevere. Moeten studenten zelf kunnen bepalen hoeveel onderwijs ze volgen of moeten ze hierin worden verplicht? Gaat de kwaliteit van het onderwijs niet juist omhoog wanneer studenten vrijwillig mogen deelnemen aan werkgroepen, in plaats van ze verplicht te stellen? Is het wel oké om een cijfer te hangen aan aanwezigheid terwijl er gesteld wordt dat hiermee participatie wordt gemeten?

UvA Matching/Bindend studieadvies
Sinds vorig jaar moeten aankomend studenten al voor 1 mei hun keuze voor hun studie vastleggen. Om te kijken of ze bij een studie passen heeft het Ministerie vastgelegd dat de universiteit de student een mogelijkheid moet bieden om serieus mee te lopen. UvA doet dit in de vorm van UvA Matching. De student loopt een week mee, krijgt een college, gebruikt relevante literatuur en moet een toetsje maken. Deelname is bindend, maar het resultaat van de toets niet. Daarnaast wordt de BSA steeds belangrijker. De UvA mag je van je opleiding gooien wanneer je een minimaal aantal punten niet haalt in je eerste jaar. Maar verbetert selectie aan de poort de kwaliteit van het onderwijs wel, en is differentiatie überhaupt wenselijk? Eelkje legde het voor aan de participanten.