Studentenraad

De ver-economisering van de student

Studiesucces en rendementdenken zijn veel gehoorde begrippen in de discussie omtrent onderwijs. Zeker als deze gevoerd worden tussen bestuurders van de universiteiten en de studentenvertegenwoordiging. Maar waar komen deze termen opeens vandaan? En misschien nog wel belangrijker: wat houden ze precies in?

In 2008 is er veel veranderd omtrent de bekostiging van het hoger onderwijs vanuit de overheid. In Den Haag wilde men bezuinigen op het onderwijs en er werden een aantal ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Een van de meest ingrijpende wijzigingen betrof het bekostigen van de studiejaren van een student. Tot 2008 werden alle jaren die een student aan zijn studie besteedde bekostigd door het rijk. Wanneer iemand vijf jaar over een bachelor deed kreeg de universiteit vijf jaar lang een vergoeding voor deze student. In 2008 is dit veranderd. Slechts de nominale studieduur word nu nog bekostigd door het rijk. Nominale studieduur is de tijd die voor een studie staat, respectievelijk drie jaar voor een bachelor en één of twee voor een master. Het gevolg was dat de instellingen zelf moesten opdraaien voor de kosten van mensen die langer dan nominaal over hun studie deden. Zie hier de aanleiding voor het rendementdenken.

Alsof dit nog niet lastig genoeg was heeft het College van Bestuur (CvB) hier twee jaar geleden nog een schepje bovenop gedaan. Hoewel de UvA gewoon geld krijgt voor iedere student die zijn diploma haalt, ongeacht de studieduur, krijgen faculteiten van het CvB nog slechts een vergoeding voor diploma’s die behaald zijn binnen de nominale studieduur plus een uitloopjaar. Ook wel nominaal +1 genoemd. Hierdoor is de noodzaak voor faculteiten om studenten sneller te laten studeren nog groter geworden. Niet alleen krijgen ze nog slechts de nominale duur bekostigd vanuit het rijk, ook krijgen ze van het CvB slechts geld voor studenten die snel afstuderen.

De financiële prikkels die universiteiten en faculteiten hebben gekregen om studenten sneller te laten afstuderen heeft geresulteerd in een aantal beleidsmaatregelen die niet langer zijn gestoeld op het verbeteren van het onderwijs, maar op het verhogen van het studierendement. Deze manier van beleidvorming staat bekend onder rendementdenken en de producten van dit denken als rendementsmaatregelingen. Om te onderzoeken welke maatregelingen het sneller afstuderen van studenten zou bevorderen, zijn er landelijk een aantal denktanks opgezet. Meestal onder de noemer studiesucces. Op onze faculteit heet die denktank de monitorgroep studiesucces.  Voorbeelden van rendementsmaatregelingen zijn: het bindend studie advies (BSA), 8-8-4, matching en sinds dit jaar selectiviteit van de masters. Omdat deze maatregelingen niet het belang van de student of het onderwijs voorop stellen, liggen de FSR’en en de besturen hierover vaak in de clinch. Ook dit jaar zal dat weer het geval zijn bij de poging van ons Faculteitsbestuur om alle masters aan de FGw selectief te maken. Gelukkig is hier het laatste woord nog niet over gezegd!

Heb je last van of vragen over rendementsmaatregelingen? Of vragen van een andere aard? Dan kun je ons altijd mailen op fsr-fgw@uval.nl. Ook ben je welkom op de raadskamer 3.02 in het PC Hoofthuis.