SR

Studentenraad

Reactie Gezamenlijke Vergadering op het Instellingsplan 2015-2020

De Gezamenlijke Vergadering heeft begin dit jaar ingestemd met het Instellingsplan voor de Universiteit van Amsterdam 2015-2020. Hieraan gingen vele, intensieve vergaderingen met het College van Bestuur vooraf. De Gezamenlijke Vergadering heeft erop aangedrongen dat binnen het Instellingsplan aanstellingen waarbij mensen een dubbele taakstelling hebben de norm zijn waardoor er meer balans komt in de relatie tussen onderwijs en onderzoek.  Ook is onderwijsdienstverlening in het nieuwe allocatiemodel opgenomen en is er voor de eerste keer aandacht voor ondersteunend personeel en scholing van ondersteunend personeel in het Instellingsplan. De Gezamenlijke Vergadering heeft specifiek aandacht gevraagd in het Instellingsplan voor buitenlandervaring, inzet op onderwijsvernieuwing, geen BSA in het tweede jaar en alleen bewezen kwaliteitsverhogende maatregelen als het gaat om verhogen van rendement. Tot slot heeft de Gezamenlijke Vergadering ervoor gezorgd dat de flexschil in samenspraak met de medezeggenschap wordt onderzocht om tot structurele en eenduidige oplossingen te komen. Voorbereiding van dat onderzoek is momenteel in volle gang. Hierover zijn wij tevreden.

Minder tevreden zijn wij over het ontbreken van aandacht voor een meer open bestuurscultuur, die nadien binnen de democratiseringsagenda wel is overeengekomen. Het bachelor rendement is wel afgezwakt naar een UvA gemiddelde van 80%, maar liever hadden wij helemaal geen bachelor rendement gezien in het Instellingsplan. Ook meent de Gezamenlijke Vergadering dat er nog teveel focus ligt op rendement terwijl een concrete ambitie op het gebied van duurzaamheid juist ontbreekt.

Gelukkig echter, heeft het College van Bestuur zich eraan gecommitteerd dat het Instellingsplan dit keer voor het eerst een ‘levend document’ is geworden. We hebben met elkaar afgesproken tussentijds te evalueren en daar waar nodig bij te stellen. Het Instellingsplan is daarmee feitelijk het eerste bewijs dat de democratisering daadwerkelijk in gang is gezet. In constant debat met de academische gemeenschap zullen wij dit Instellingsplan als uitgangspunt en toetssteen nemen voor beleid, maar daar waar de praktijk anders vereist, zullen wij aanpassingen verlangen. Het is onze taak om het College van Bestuur daar scherp op te houden. Die taak zullen wij met volle overtuiging uitvoeren.

De Universiteit van Amsterdam staat internationaal gezien zeer hoog aangeschreven. Wij menen dat de democratiseringsagenda zoals die is opgesteld de internationale positie van de Universiteit als benchmark voor andere universiteiten in de wereld verder kan uitbouwen. Mits we in gezamenlijkheid, in open debat en op een constructieve wijze met elkaar aan die democratisering werken.