Studentenraad

Reactie Artikel Folia 8-8-4

Gisteren [red. 10 maart 2014] hebben wij als FSR FGw de Decaan van onze faculteit geadviseerd af te stappen van het 8-8-4 systeem en daarmee de semesterindeling te herzien. Eén van onze grootste bezwaren is het feit dat ons onderwijs in een ondergeschikte positie is geduwd. Het 8-8-4 systeem lijkt heilig en alles, inclusief de kwaliteit van ons onderwijs, moet daarvoor wijken. Wanneer wij de reactie van Frank van Vree op ons advies lezen, in een artikel op foliaweb, wordt dit eens te meer duidelijk. Van Vree zegt:

“Hoewel er dankzij de inspanning van de staf stevige nieuwe programma’s zijn gekomen, zien we dat deze roostering inderdaad nog altijd voor problemen blijft zorgen”.

De decaan lijkt het hier eens te zijn met de constatering dat 8-8-4 het onderwijs niet ten goede komt maar voor problemen zorgt. Het is dan ook verrassend dat hij 8-8-4 niet wil afschaffen. De argumenten hiervoor zijn niet van onderwijsinhoudelijke aard, maar liggen vooral in de hoek van de logistiek:

“Het is evenwel ondenkbaar dat de FGw nu – los van de rest van de universiteit – van dit systeem zou afstappen, met het oog op roostering, zaalruimte, keuzevakken, minoren en noem maar op. Bovendien zou zo’n operatie minimaal twee jaar kosten en opnieuw een enorme inspanning vergen, want alle programma’s zouden wederom geheel moeten worden herschreven “.

Hoewel het nog maar de vraag is of de beren die van Vree op de weg ziet zich daar ook daadwerkelijk bevinden, is het pijnlijk om te zien dat onderwijs weer niet leidend is bij het maken van belangrijke beleidskeuzes op het gebied van ditzelfde onderwijs. Bij het invoeren van 8-8-4 is deze fout al een keer gemaakt. Laten we van onze fouten leren en het deze keer anders doen. Het is tijd voor een andere koers!

Natuurlijk moeten we goed kijken naar de manier waarop we 8-8-4 kunnen vervangen voor een semesterindeling die het onderwijs wél faciliteert en natuurlijk zal dit een operatie zijn die veel inspanning vergt van het personeel. De FSR is echter van mening dat onderwijskwaliteit voorop staat en dat alles hiervoor moet wijken.