Studentenraad

Het allocatiemodel

Zoals al eerder is vermeld zijn we als studentenraad bezig om advies te geven op de facultaire begroting van komend jaar. De faculteit zit in financieel zwaar weer. Dit komt onder anderen door een daling in de inkomsten. Maar hoe genereert de faculteit eigenlijk inkomsten? Dit is een makkelijke vraag met een complex antwoord. Dit antwoord kan je hieronder vinden.
De Universiteit van Amsterdam (UvA) werkt met een “Full Cost” model. Dit betekent dat alle gelden die de Universiteit binnen krijgt, door het College van Bestuur (CvB), wordt verdeeld onder de verschillende faculteiten. De faculteiten gebruiken deze inkomsten om hun onderwijs en onderzoek te bekostigen. Ook betaalt iedere faculteit geld aan de universiteit voor de centrale diensten als facility services (FS) en het administratief centrum (AC).
De inkomsten die de UvA verdeelt worden gegenereerd  uit drie verschillende categorieën , dit worden de geldstromen genoemd. De eerste geldstroom bestaat uit subsidies van de Rijksoverheid en de college gelden die wij allemaal betalen. Vorig jaar kwam dit neer op een bedrag van circa 360 miljoen euro. Daarnaast krijgt de Universiteit geld van instanties als het NWO, het KNAW en de EU. Deze instellingen verdelen extra budgeten, onder de verschillende onderwijsinstellingen, die door de Rijksoverheid beschikbaar zijn gesteld. Dit zijn de inkomsten uit de tweede geldstroom. De derde geldstroom wordt gevuld door bedrijven, particulieren en overige instellingen. Dit gebeurt meestal in de vorm van contract onderwijs of het (laten) uitvoeren van onderzoek door de UvA. Bedrijven investeren dus als het ware in de universiteit.
Wanneer het CvB de gelden verdeelt tussen de verschillende faculteiten kijkt het naar de twee pilaren van de Universiteit, onderwijs en onderzoek. Bij de verdeling van de onderwijsgelden wordt er gekeken naar het aantal studenten dat zich heeft ingeschreven aan een faculteit, het aantal behaalde studiepunten en het totaal aantal behaalde bachelor- en masterdiploma’s. Hoe beter de faculteiten scoren op deze terreinen des te meer geld ze krijgen van het CvB. De onderzoeksgelden worden op twee manier verdeeld. Er is een historische vaste voet, een vast bedrag voor iedere faculteit. In het geval van de faculteit de geesteswetenschappen (FGW) gaat het hier om een bedrag van 12 miljoen euro. De rest van de gelden worden verdeeld door het CvB. Hier wordt onder anderen rekening gehouden met de bijdrage die een faculteit heeft geleverd bij het succesvol binnen halen van onderzoeksgelden uit de tweede geldstroom. Ook de vraag of onderzoek aan een faculteit aansluit bij de zwaartepunten van de universiteit is van belang.
Onze faculteit heeft vooral op het gebied van onderwijs inkomsten misgelopen door tegenvallende cijfers maar ook de onderzoeksgelden lopen terug. Dit is een van de redenen dat het faculteitsbestuur (FB) een aantal bezuinigingen voorstelt. Voor meer informatie hierover kan je kijken naar het artikel over de begroting.

De studentenraad van de FGW staat kritisch tegenover de gehanteerde methodiek om geld te verdelen over de verschillende faculteiten. Er wordt vooral gekeken naar de rendementsnormen. Dit betekent dat faculteiten er financiële baat bij hebben om studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen. Iets wat de kwaliteit van het onderwijs niet altijd te goede komt. Daarom zijn we aan het onderzoeken of er andere manieren voorhanden zijn die het CvB kan gebruiken om het geld van de UvA te verdelen onder haar faculteiten.

Ingrid zegt:

Henk je ben zelf een boef!!

Henk zegt:

Ik vind dat de FSR FGw allemaal boeven zijn.