Geschiedenis

Bezetting van het Maagdenhuis
Begin jaren zestig van de vorige eeuw hadden studenten nog geen invloed op de besluitvorming binnen het hoger onderwijs. Tot aan de jaren ’60 werden studenten niet betrokken bij de besluitvorming van hun onderwijsinstelling. Aan het eind van die jaren ’60 veranderde dit echter ingrijpend. Bestuurders en docenten bepaalden op eigen houtje wat er gebeurde. Aan het eind van die jaren ’60 veranderde dit echter ingrijpend.

Naarmate 1970 naderde werd er steeds meer actie gevoerd door studenten om inspraak te krijgen op de besluitvorming binnen het hoger onderwijs. Als onderdeel van de bredere protestbeweging die meer democratie eiste en zich antiautoritair opstelde, begonnen ook studenten meer inspraak op te eisen. In Amsterdam besloot een groep van 500 studenten uiteindelijk over te gaan tot de befaamde Maagdenhuisbezetting van 1969 om deze eis kracht bij te zetten. Zo wilden ze hun eis om inspraak in het universiteitsbestuur kracht bij zetten. Deze eerste Maagdenhuisbezetting duurde van 16 tot 21 mei 1969 en zou het begin worden van een historische reeks.

Bij de bezetting waren ruim zevenhonderd studenten betrokken. De studenten eisten democratisering van het hoger onderwijs en meer medezeggenschap over de vorm en inhoud van hun studie. Gedurende de vijf dagen werd het gebouw door de politie afgegrendeld, zodat de studenten uiteindelijk uitgehongerd het gebouw zouden verlaten. De studenten hebben toen een luchtbrug tussen de UB en het Maagdenhuis gemaakt om voldoende eten en drinken naar binnen te loodsen. Om 9 uur ’s ochtends, op 21 mei 1969 maakte de politie hardhandig een einde aan de bezetting, maar de boodschap is dan allang duidelijk.

Na 1969 werd het Maagdenhuis nog diverse malen bezet. In 1978 twee keer uit protest tegen wijzigingen in de wet op de universitaire bestuursstructuur; in 1986 uit protest tegen wijzigingen in de studiefinanciering; in 1980 uit protest tegen het niet benoemen van twee vrouwelijke hoogleraarskandidaten; en voorts in 1990, 1993, en 1996.

In februari 2005 werd het Maagdenhuis voor de tiende maal bezet; ditmaal door de studenten (en enkele scholieren) van actiegroep MHBZ, als protest tegen de plannen van staatssecretaris Mark Rutte om het wettelijke collegegeld na vijf en een half jaar studie te verhogen en zijn plannen om de medezeggenschap op hogescholen en universiteit verder in te perken. De bezetting duurde zeven uur. Rond twee uur ‘s nachts werd het Maagdenhuis door de mobiele eenheid ontruimd. De meeste studenten zijn hierna veroordeeld tot het betalen van een geldboete. In juni 2006 werden studenten die in beroep waren gegaan door het Hof in Amsterdam vrijgesproken. Omdat er op het moment van de actie in het Maagdenhuis een openbare lezing gaande was, was er volgens het Hof geen sprake van lokaalvredebreuk, het enige waarvoor zij vervolgd werden.

Wet op het Universitaire Bestuur (WUB)

De Maagdenhuisbezetting had tot gevolg dat het bestuur van de universiteit sterk democratiseerde. In 1972 werd de WUB (Wet op het Universitaire Bestuur) aangenomen door het parlement. Hierdoor komt er een bestuurlijk systeem waarbinnen het College van Bestuur voor vrijwel alles wat zij wil doen de goedkeuring van de studentenraden nodig heeft. De nieuwe machtsverhouding is vergelijkbaar met die tussen kabinet en Tweede Kamer. Wanneer het CvB (in deze het kabinet) een maatregel wil nemen dan moet zij hiervoor de meerderheid van de Studentenraadsleden (als een soort Tweede Kamer) achter zich hebben.

Jo Ritzen,  minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en verantwoordelijk voor de MUBJo Ritzen, minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en verantwoordelijk voor de MUB Gerard Veringa, Minister van Onderwijs tijdens Maagdenhuisbezetting en verantwoordelijk voor de WUBGerard Veringa, Minister van Onderwijs tijdens Maagdenhuisbezetting en verantwoordelijk voor de WUB  

Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB)

Vanaf de jaren ’70 zien we dat stapje voor stapje de verworvenheden van de studentenraden worden teruggedraaid. Dit veelal onder het mom van efficiëntie en slagvaardigheid. In de jaren ’80 wordt de WUB op meerdere punten aangepast zodat het College van Bestuur weer meer uitvoerende macht krijgt. Uiteindelijk wordt eind jaren ’90 de WUB omgevormd tot de MUB (Modernisering Universitaire Bestuursstructuur), en daarmee de democratie teruggebracht tot medezeggenschap. Op een aantal punten heeft de studentenraad nog instemmingsrecht, zoals op de onderwijs –en examenregeling en het studentenstatuut. Echter op de meeste dossiers beperkt het recht zich tot een adviserende rol. Toch kunnen studentenraden nog grote invloed hebben op de politieke koers. Het ligt echter niet meer verankerd in de wet, maar komt voort uit mobilisatie van studenten en medewerkers.