Studentenraad

Facultair strategisch plan: de toekomst van de (bèta)wetenschappen

Al eerder blogden we over het facultair strategisch plan (FSP), waarin de faculteit beschrijft hoe de problemen van de aankomende zes jaar overwonnen moeten worden en hoe onderzoek en onderwijs zelfs kunnen worden verbeterd. Toen legden we de nadruk op e-learning en evaluaties. E-learning is volgens ons geen vervanging van contacturen: docenten dragen immers niet alleen kennis over, maar ook achtergrond, wetenschappelijke vaardigheden, een kritische houding et cetera. We zien echter wel de mogelijkheid om de nadruk op colleges meer op al die andere academische zaken te leggen, door droge kennisoverdracht wel meer via het internet te laten plaatsvinden. Evaluaties op opleidingsniveau kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs beter aansluit bij wat studenten én docenten verwachten en verlangen. In deze blog willen we het inmiddels door ons goedgekeurde FSP samenvatten en uitleggen waarom wij hebben ingestemd, door te focussen op de rode draad van het plan.

Een belangrijke term die door het hele plan heen terug te vinden is, is ‘waardecreatie’: het leveren van fundamentele, wetenschappelijke kennis en vaardigheden die bijdragen aan de sociale en economische ontwikkeling van de samenleving. De faculteit doet dat natuurlijk al: de inzichten van onze onderzoekers worden al toegepast, en wij studenten gaan na onze studie al de grote wereld in om daar iets met onze academische vermogens te doen.

Het FSP noemt een aantal manieren waarop die toegevoegde waarde vergroot kan worden. Zo zal geprobeerd worden om intensiever samen te werken met het bedrijfsleven, zodat onderzoeksresultaten sneller toegepast kunnen worden. Ook samenwerking met de technische universiteiten kan hierbij helpen. Dit moet echter wel bereikt worden zonder dat het fundamentele karakter van het onderzoek aan de FNWI verloren gaat.

In het onderwijs wordt waarde volgens de faculteit vooral gecreëerd door studenten op te leiden voor de rollen die wij na onze studie gaan spelen. Ook wordt gesuggereerd dat er een ‘aansluiting met het afnemend veld’ gewaarborgd moet worden. Nu zou je dit zou kunnen opvatten dat de FNWI alsnog beroepsopleidingen gaat aanbieden, waarin precies wordt onderwezen wat grote bedrijven van ons verwachten.

Dit is echter niet het geval. Het afnemend veld (de werkgevers die afgestudeerde studenten ‘afnemen’ van de FNWI) wordt namelijk vooral vertegenwoordigd door alumni die aangeven wat zij in hun opleiding gemist hebben. Ook is het zo dat fundamentele kennis en abstract denkvermogen zeer belangrijk blijven.

De faculteit wil er vooral op inzetten om fundamenteel onderwijs en onderzoek te handhaven en daarnaast ook studenten te bedienen die gemotiveerd worden door toepassingen (zowel technisch als maatschappelijk). Ook wordt er ruimte en stimulering beloofd voor studenten die ervaring zoeken via externe stages, bestuursjaren en verbreding binnen de universiteit.

Dit betekent meer keuzevrijheid en ruimte voor ontplooiing, en dus een tevreden studentenraad. Wat ons betreft is er niets op tegen om samen met publieke instanties en bedrijven te kijken hoe bètawetenschap nog beter kan worden toegepast, en om studenten met iets toepasbaardere interesses dan zuivere wiskunde zo goed mogelijk te ondersteunen. Wel denken we dat er breed moet worden nagedacht over de verhouding tussen het van oudsher zeer abstracte en weinig toepassingsgerichte bètadomein en de nieuwe, meer op maatschappij en techniek gerichte opleidingen: hoe kunnen we er bijvoorbeeld voor zorgen dat de mooie eigenschappen van klassieke bètaopleidingen ook in interdisciplinaire en op techniek georiënteerde vakken terugkomen?

De aankomende jaren zal dus geprobeerd worden om maatschappelijke relevantie te scheppen zonder terrein te verliezen als het over fundamentele kennis gaat. Wij en onze opvolgers in de aankomende zes jaar zijn benieuwd hoe dit eruit komt te zien, en welke nieuwe tracks en opleidingen er in die periode verschijnen.