Studentenraad

De invloed van de studentenraad (en de beperkingen daaraan)

De facultaire studentenraad heeft nagenoeg geen invloed op de dingen die je als student direct merkt. Wij praten niet mee over welke vakken jij moet volgen, hoe laat je colleges zijn, welke docent er voor de collegezaal staat en in welk gebouw die collegezaal zich bevindt.

Waar de raad wél mag bepalen

Er zijn naast zulke praktische zaken natuurlijk ook randvoorwaarden van je studie. Denk bijvoorbeeld aan het bindend studieadvies (BSA) of de additionele kwalitatieve toelatingseisen (AKT’s), of aan nakijktermijnen, de eisen voor een honoursprogramma, de randvoorwaarden van mondelinge tentamens en de nabespreking van tentamens.  Over zulke onderwerpen adviseert de FSR — soms hebben we zelfs instemmingsrecht.

Hetzelfde instemmingsrecht geldt voor het facultair strategisch plan, waarin de decaan in algemene termen samenvat welke koers de faculteit de aankomende jaren zal varen. De onderwerpen uit dat facultair strategisch plan zullen later in concretere vorm terugkomen, maar op die concrete vorm hebben we dan weer géén instemmingsrecht.

Tot slot hebben we instemmingsrecht op de grote, ‘revolutionaire’ veranderingen in het onderwijs, die opleidingen fundamenteel van karakter veranderen, zoals het samenvoegen van een opleiding met een tegenhanger aan de VU. Dat instemmingsrecht moet dan wel weer in de context gezien worden: keuzes in het onderwijs hangen natuurlijk sterk samen met keuzes in het onderzoek en in de huisvesting, waarover we een stuk minder in de melk te brokkelen hebben. We bepalen mede wat er met het onderwijs gebeurt, maar kan wel geconfronteerd worden met besluiten die de voor- en nadelen van bepaalde keuzes sterk kunnen beïnvloeden.

 

Eerder lobbyist dan bestuurder

Er zijn dus wel degelijk instemmingsrechten, maar in de praktijk komen die gemiddeld misschien twee of drie keer per jaar voor. De rest van het jaar is de raad natuurlijk druk aan het vergaderen, zowel intern als met de decaan, maar zonder dat wij daadwerkelijk de beslissing mogen nemen. De studentenraad zit dus niet direct ‘aan de knoppen’. Dat maakt het ook gelijk lastig om uit te leggen wat we doen: niet alleen gaan onze dossiers vaak alleen indirect over jouw studie, maar onze invloed op die dossiers is in zekere zin ook nog eens indirect.

Eerder zijn we een groep lobbyisten, die ijverig probeert om bepaalde knoppen een paar stappen omhoog of omlaag te draaien. Dat is vaak op het niveau van de decaan, en vaak ook op het niveau van degenen die bijvoorbeeld opleidingen, honourstrajecten of informatiestromen coördineren.

Zij nemen onze adviezen wel degelijk serieus. Er wordt geprobeerd om ons tevreden te houden, en met redelijke ideeën komen we vaak heel ver, maar als puntje bij paaltje komt, en de meningen van de bestuurders en die van ons loodrecht op elkaar staan, hebben wij de wet meestal niet aan onze zijde. Meestal moeten wij hen overtuigen, in plaats van andersom.

Die knoppen gaan overigens ook nog eens over vrij abstracte dingen, waardoor het vaak moeilijk is om te bepalen welke kant je op moet draaien om het onderwijs interessanter te laten zijn, en randzaken minder vervelend te maken.

 

En toch heeft het nut

Toch geeft het voldoening om een jaar in de studentenraad te zitten, en toch denken wij dat we het in ieder geval redelijk goed doen wanneer we zo nu en dan een klein stapje de goede kant op gaan, of weten te verhinderen dat er een verkeerde draai gemaakt wordt.  Wij, onze voorgangers en onze opvolgers proberen ieder jaar weer om een paar stapjes te goede richting op te maken, en zo op de lange termijn de faculteit een fijnere plek te maken.

Misschien is dat wel wat ons drijft: het idee dat we onderdeel zijn van een traditie van mensen die, gegeven onze beperkte rechten, iets probeert te verbeteren, dat het ieder jaar iets beter wordt, en dat er na ons een nieuwe raad komt, die de knoppen weer iets verder de goede kant op kan draaien. Het motiveert ons dat de relatief kleine verbeteringen die wij kunnen verwezenlijken, niet alleen voor dit jaar zijn, maar er blijvend zijn, en dat die verbeteringen nog net iets verder gevoerd zullen worden in latere jaren.