Studentenraad

AKT'S: additionele kwalitatieve toelatingseisen, een opinie

De Facultaire Studentenraad van de Faculteit de Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica adviseert tegen het breed invoeren van algemene kwantitatieve toelatingseisen (AKT’s) bij de masters aan de FNWI. Additionele toelatingseisen zouden enkel gebruikt mogen worden om studenten te helpen bij de juiste master te komen, de eisen moeten de motivatie en kwaliteiten voor die specifieke master(track) testen. Algemene eisen die de student uitsluiten voor alle masters zijn enkel een rendementseis die de keuzevrijheid van de studenten beperkt. Elke AKT zou (in de ogen van de raad) naar het geheel plaatje van de student kijken: motivatie, referentiebrief, intakegesprek en in sommige gevallen cijfergemiddelde, studieduur en specifieke cijfers. Als een universiteit niet de verantwoordelijkheid wil nemen om studenten goed te selecteren, heeft zij ook niet het recht om hen te weigeren en zo voor hen een van de belangrijkste beslissingen te nemen.

NB: Bovenstaande samenvatting is zeer kort door de bocht, lees hieronder vooral de lange versie als je het interessant vindt.

 

Met de harde knip zijn bachelor en master van elkaar gescheiden. Eerst maak je de (brede) bachelor af en pas daarna mag je beginnen aan je (verdiepende) master. Nu vond de wetgever bij invoering van dit systeem dat het wel het idee was dat bachelor en master aan elkaar gerelateerd zouden worden en zo kwam de doorstroommaster. Elke bachelor moet (direct) doorgang verlenen aan (tenminste) één master in het gebied aan dezelfde universiteit. In praktijk kennen we dit als dat je master zelfs dezelfde naam heeft als je bachelor, maar dan in het Engels. Deze combinatie van bachelor en master vormde samen ongeveer hetzelfde programma als voor de harde knip.

Sommige masters hebben gebruik gemaakt van deze splitsing. Zo is er aan de FNWI de Msc Forensic Science (uniek in Nederland), dat gespecialiseerd is en een hoge aanloop van studenten kenmerkt vanuit binnen en buiten Amsterdam. Om dit op te vangen hebben zij een uitgebreide intake procedure met motivatiebrief, CV, vakken/cijferlijst, aanbevelingsbrief en een samenvatting van de bachelorthesis. Door deze aspecten tezamen wordt bepaald of de student geschikt is voor de master. Bij twijfel is er ruimte voor een interview.

Sinds de wetswijziging (Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs) van 2013 is een universiteit niet meer verplicht om een doorstroommaster aan te bieden. Gelukkig moet voor elke bachelor ergens in Nederland tenminste één master aangeboden worden waar de student naartoe zou moeten kunnen (dit mag je sarcastisch lezen). De wetswijziging is door de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) omarmt als extra mogelijkheid om studenten te selecteren. Hiermee hopen zij uitval te verlagen en  de masters  meer van elkaar te kunnen laten differentiëren.

De praktijk laat ons zien dat de faculteit (niet als enige in Nederland trouwens) deze wetswijziging aangrijpt om bij meer masters toelatingseisen te introduceren. Op onze faculteit zijn recent AKT’s ingevoerd bij Biomedical Sciences en Biological Sciences waarbij wordt gekeken naar cijfergemiddelde, studieduur en bachelorthesis onderwerp. Deze AKT’s geven een lijst minimum eisen. Wanneer  aan al deze eisen wordt voldaan, is directe aanmelding en toelating van de master mogelijk; wordt er  aan één (of meer) van deze eisen niet voldaan, dan volgt een intake gesprek waar toelichting gegeven kan worden. Masters hebben aangegeven om in de eerste jaren extra coulant te zijn, maar de FSR vindt dat er verder gekeken moet worden.

Wanneer we naar het extreme geval kijken, zien we over 10 à 15 jaar bij bijna alle masters extra toelatingseisen Bij de exacte wetenschappen zal het waarschijnlijk over een hoog cijfergemiddelde gaan, terwijl bij informatiewetenschappen meer belang gehecht zal worden aan het feit dat een bachelor op tijd is afgesloten. Wanneer deze gang van zaken wordt doorgetrokken en alle Masters extra eisen stellen is het eindpunt duidelijk. Met je bachelor in 5 jaar met een 6.5 gemiddeld ben je voor geen enkele master geschikt. Natuurlijk kan je dan alsnog woorden toegelaten tot je Master na een intake gesprek, maar deze keuze ligt dan niet langer bij jouw, maar bij de universiteit.

Aan de andere kant is de nationale tendens dat er overal, ook (vooral?) in het hoger onderwijs, bezuinigd moet worden. Hoe kan de faculteit er dan achter staan dat een groep studenten bij de Masters is die jarenlang over het theoretische deel doen en daarna nog meer vastlopen op hun master scriptie. Een deel van de ze studenten zal de master niet eens afmaken. Deze groep studenten kost de faculteit onevenredig veel geld/middelen tov de ‘reguliere’ studenten. Deze financiële overweging is iets wat je liever niet meeneemt aangezien we allemaal het beste onderwijs willen, maar toch is geld belangrijk. De faculteit ziet een verband in studenten die de master in komen met slechte Bachelor resultaten en studenten die problemen ondervinden tijdens de Master fase. Hierom willen zij AKT’s invoeren om de mogelijkheid te hebben deze groep te weren. (Hierbij komen ook nog argumenten dat het voor deze studenten helemaal niet fijn is om 5 jaar te studeren, de extra drempel studenten activeert om na te denken over wat zij echt willen, studenten hierdoor misschien wel harder gaan werken in de Bachelor en nog meer punten, maar als je deze uitgebreid wil horen moet je naar de master coördinatoren die de maatregel willen introduceren).

We kennen ook allemaal de verhalen van studenten die in de Bachelor nog moesten wennen aan hun nieuwe vrijheid en de grote stad (lees: alcohol en drugs en feesten). Daarnaast zijn er ook de gevallen van studenten met grote persoonlijke problemen. Er zijn genoeg redenen waarom studenten hun Bachelor misschien niet binnen 4 jaar gehaald hebben, maar wel geschikt/gemotiveerd zijn voor de master en ook alle mogelijkheid hebben om deze binnen 3 jaar af te ronden. Wanneer 50 mensen door de AKT’s worden geweerd die de master nooit hadden afgemaakt kan je dit zien als iets goeds, 50 Mensen voor wie een tussenjaar, meteen werken, andere master beter was geweest. Wanneer met deze 50 mensen 5 mensen worden afgewezen voor wie dit de perfecte master was. Dan is het afwijzen van deze 5 mensen erger, omdat de 50 een (misschien foute) keuze maakte, en deze 5 de keuze werd ontnomen.

Vanuit deze voorgeschiedenis en afwegingen adviseert de FSR FNWI dat extra toelatingseisen voor de master altijd naar het hele verhaal moeten kijken. Een AKT moet de motivatie en geschiktheid van een student voor de specifieke master toetsen. Algemene kwantitatieve eisen (bijvoorbeeld studieduur en cijfergemiddelde) zijn onvoldoende om dit mogelijk te maken en moeten altijd gepaard gaan met persoonlijke kwalitatieve eisen (zoals motivatiebrief, referentiebrief of een intakegesprek). Zodat de mastercoördinator (deze bepaalt je toelating waarschijnlijk) altijd het hele plaatje krijgt en hierop kan inschatten of de master past bij de student.